28

‘Dus nu ben jij de mooie zus en Alex de slimme?’ vroeg May. Ze zat tegenover me in haar lievelingsfauteuil en ze had een cd van Andrea Bocelli opgezet om naar te luisteren tijdens het werk. Normaal gesproken was dit mijn favoriete tijdstip: de zon scheen naar binnen door het grote venster met weids uitzicht achter ons, de honden lagen opgerold bij onze voeten en ik had een mok warme, heerlijk ruikende thee in mijn hand. Maar dit was een van de weinige keren in mijn leven dat ik mijn gedachten niet bij mijn werk kon houden. Als ik het dossier van een klant probeerde door te lezen, zag ik in plaats daarvan de woorden van de IQ-testen opflitsen.

‘Ik weet niet meer wat ik moet denken,’ zei ik. Ik zuchtte en keek op van het dossier dat op mijn schoot lag. ‘Alex zal weer mooi worden, maar misschien kan ze niet al het gewicht kwijtraken. Bij sommige mensen lukt dat niet. Haar haar kan ook anders terugkomen. Ik denk dat ze pas blij zal zijn als ze er weer helemaal hetzelfde uitziet, maar dat gebeurt misschien wel nooit.’

‘Zoiets is voor iedereen moeilijk,’ zei May. ‘Maar helemaal voor iemand als Alex.’

‘En ik kan het niet helpen het gevoel te hebben dat ik de dupe ben,’ zei ik. ‘Voor mij is het minder erg, maar ik weet een beetje hoe Alex zich voelt. Alleen kun je niet zien wat ik ben kwijtgeraakt. Mijn hele leven was schijn. Iedereen zei altijd maar hoe slim ik was. Mijn ouders, mijn leraren, ze hadden het altijd maar over mijn potentie alsof het iets geweldigs zonder grenzen was. Maar ik ben eigenlijk heel gewoon.’

‘Je bent een heel slimme vrouw,’ zei May gemeend.

‘Maar niks’ – ik zweeg even – ‘speciaals.’

‘Daar ben ik het niet mee eens,’ zei May. Ze stond op, sneed de bananencake die ze een paar minuten eerder uit de oven had gehaald en gaf me een dikke plak. Ik ademde diep in door mijn neus. Niets ter wereld ruikt lekkerder dan versgebakken bananencake.

‘Mmm,’ mompelde ik tijdens een gretige mond vol. ‘Als je me probeert af te leiden, moet je weten dat ik niet zo makkelijk ben. Daar zijn minstens twee plakken voor nodig.’

May glimlachte naar me. ‘Heb je Alex over de IQ-testen verteld?’

‘Nog niet,’ antwoordde ik. Ik slikte mijn hap door. ‘Dat was ik van plan, maar ik denk dat ik moet wachten totdat ze zich wat beter voelt. Ze heeft nu al zoveel op haar bordje gekregen.’

May knikte, daarna rimpelde haar voorhoofd van het denken.

‘Je kunt dit ook op een andere manier bekijken,’ zei ze langzaam.

‘Zeg maar,’ zei ik. ‘Mijn hersens zijn uitgeput van alles wat er is gebeurd. En ze zijn natuurlijk een stuk kleiner dan men deed vermoeden.’

May schudde haar hoofd. ‘Wat ik wilde zeggen is dat je kunt veronderstellen dat je grenzeloze potentie hebt, nu zelfs meer dan eerder. Kijk waar je bent gekomen puur door hard werken en wilskracht. Wat kun je nog meer met je gaven doen? Waar kan het je nog meer brengen?’

Ik keek haar verrast aan. Zo had ik er nooit over nagedacht.

‘Je kunt jezelf opnieuw uitvinden als je dat wilt,’ zei May. ‘Ik denk dat je alles kunt als je ervoor gaat.’

‘Mijn ouders weten nog steeds niet dat ik ontslagen ben,’ zei ik na een korte stilte. ‘Kun je dat geloven? Ik had het ze waarschijnlijk anders nu wel verteld, maar nu Alex…’ mijn stem stierf weg.

‘Volgens mij hoef je het ze niet te vertellen,’ zei May. ‘Zeg gewoon dat je een baan aangeboden hebt gekregen als partner van een van de beste datingbureaus van D.C.’

‘Ja, maar…’ begon ik. Toen stopte ik met praten en keek naar May. ‘Partner?’

‘Heb je enig idee hoe graag ik naar India wil?’ vroeg ze. Ze sloeg haar armen om zichzelf heen en bleef zo zitten terwijl haar ogen dromerig werden. ‘Ik fantaseer er al jaren over. Ik wil de Taj Mahal zien en in een tent onder de sterren slapen. Het zou zo fijn zijn om te weten dat het bureau in jouw handen is tijdens mijn afwezigheid. Bovendien verdien je het. Weet je dat we dertig procent meer klandizie hebben sinds jij hier werkt?’

‘Ik weet niet wat ik moet zeggen,’ zei ik. Om mezelf wat tijd te gunnen, begon ik cakekruimels van de bank te plukken, waardoor Bonnie, de zwarte labrador die ze verwoed probeerde op te likken, me gekrenkt aanstaarde. Ineens werd ik overspoeld door paniek. Ik kon May niet aankijken. Als ik dit deed – als ik het partnerschap aanging – zou mijn leven nooit meer hetzelfde zijn. Ik kon niet meer terug en gooide mijn dromen officieel in het vuur. Ik zou nooit een huis in Aspen hebben. Ik zou nooit een auto met chauffeur hebben, of een onbeperkte onkostenvergoeding. Dat alles zou ik verruilen voor een leven van hondenharen op mijn spijkerbroek, lachen met klanten in oude eethuisjes, babysitten en verknipte kapsels herstellen. Een leven van vroeg stoppen met werken op warme zomeravonden. Van helpen de hoop terug te brengen in de ogen van mensen.

Spring, zei Matts stem weer.

Matts stem begon een beetje bazig te worden.

‘Lindsey? Gaat het?’ vroeg May terwijl ze een tissue in mijn hand drukte.

‘Ik ben…’ Ik zocht naar het woord en vond het uiteindelijk. ‘Gelukkig,’ zei ik. ‘Ik ben gelukkig.’ Ik sloeg mijn armen om May heen, omhelsde haar, en voelde haar zuivere, troostende warmte. ‘Dank je,’ fluisterde ik terwijl ik de tranen uit mijn ogen veegde. En ik realiseerde me dat ik de waarheid had gesproken. Tussen al het andere – de verwarring, de zorgen en paniek – was er ook geluk, dat zo recht en waar groeide als een bloem.

‘Wat moet ik nou?’ Bradley ging met zijn handen door zijn haar en ijsbeerde door zijn woonkamer. ‘Ze leest mijn brieven niet. Ze neemt de telefoon niet op. Ze wil me niet zien. Wat moet ik nou?’

Hij had me die ochtend op het werk op mijn mobiele telefoon gebeld. Even, voordat ik me het herinnerde, was mijn hart opgesprongen toen ik zijn naam op mijn schermpje zag verschijnen. Maar dat betekende alleen maar dat mijn hart ook weer harder viel. Het zou makkelijker worden, vertelde ik mezelf voor de honderdste keer, en ik nam mijn telefoon op.

Ik had Bradley nooit zo gezien. Hij zag eruit alsof hij van de ene op de andere dag vijf kilo was afgevallen en zijn gezicht was doorgroefd van bezorgdheid.

‘Ze wil niet alleen jou niet zien,’ zei ik. ‘Alex wil niemand zien.’

‘Ik wou gewoon dat ik het haar duidelijk kon maken,’ zei Bradley. Hij liet zich naast me op de bank zakken. ‘Wat ik voor haar voel heeft niets te maken met hoe ze eruitziet. Waarom begrijpt ze dat niet?’

‘Ik weet het,’ zei ik. ‘Ik ga wel met haar praten. Ik was bang om haar overstuur te maken, maar dit heeft nu lang genoeg geduurd.’

‘Dank je,’ zei Bradley. Hij zuchtte en draaide zich naar me toe en leek voor het eerst sinds ik daar was echt op me scherp te stellen. ‘Jezus, is het raar dat ik jou heb gebeld? Ik wist gewoon niemand anders om mee te praten.’ Hij slikte en keek weg. ‘En ik weet dat we ons gesprek nooit hebben afgemaakt…’

‘Bradley,’ onderbrak ik hem streng. ‘Er valt niets te bespreken. Alles is oké.’

‘Meen je dat?’ Zijn gezicht werd hoopvol. Bradley vond het vreselijk om iemand verdrietig te zien, herinnerde ik me. Het was een van de redenen waarom ik hem zo geweldig vond.

‘Natuurlijk,’ zei ik. ‘Ik was denk ik een beetje in de war toen ik weer thuis kwam wonen en van baan veranderde en alles zo op zijn kop werd gezet. Je hebt gelijk, we zijn veel beter af als vrienden.’

Alex had gelijk, ik was een goede leugenaar geworden.

Bradley zuchtte lichtjes. ‘Gelukkig,’ zei hij. ‘Góéie vrienden.’ Hij pakte me vast en knuffelde me. Hij knuffelde nog steeds op dezelfde manier: stevig en met beide armen. Dat vond ik ook zo geweldig aan hem. Wanneer zou ik ophouden met eigenschappen tellen waarom ik hem zo geweldig vond? Ik knipperde hard met mijn ogen en duwde de gedachte weg.

‘Alex heeft je nodig,’ zei ik kordaat terwijl ik me terugtrok, los van hem. Als hij zijn armen nog langer om me heen hield, zou ik in tranen uitbarsten. Ik kneep mijn handen achter mijn rug dicht, waar hij ze niet kon zien, en drukte mijn nagels in mijn palmen.

‘Ik zal met haar praten,’ beloofde ik. ‘Ik doe mijn best. En als ze je dan nog steeds niet wil zien… dan bedenken we wel wat. Dat beloof ik.’

Bradley knikte en ik zag tranen in zijn ogen glinsteren.

‘Dank je,’ zei hij. In zijn gezicht zag ik dankbaarheid en nog iets, misschien zelfs liefde. Alleen niet het soort liefde waar ik zo vurig op hoopte.

Maar dat moest maar genoeg zijn. Ik zou het verlangen vergeten dat ik voelde toen zijn armen om me heen sloten en ik zijn vage bossige geur inhaleerde en de snik die zich in mijn keel vormde moest wegduwen. Hij had voor mijn zus gekozen. Dit moest maar genoeg zijn.

Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim
titlepage.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_000.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_001.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_002.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_003.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_004.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_005.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_006.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_007.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_008.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_009.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_010.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_011.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_012.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_013.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_014.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_015.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_016.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_017.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_018.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_019.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_020.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_021.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_022.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_023.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_024.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_025.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_026.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_027.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_028.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_029.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_030.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_031.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_032.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_033.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_034.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_035.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_036.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_037.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_038.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_039.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_040.xhtml